Historie

Clubinformatie | Openingstijden

Maandblad Golf 1959

Hier de link naar het blad van 15 mei 1959.

Opening

Golfclub 4

De heren van Meeuwen, van Hinloopen Laberton en L’höest openen het clubhuis met het hijsen van de vlag

Pinkie

Golfclub 2

Pinkie’s eerste afslag tijdens de demonstratiewedstrijd bij de opening op 14 juni 1959

Weggetje

Golfclub 1

Het veldweggetje tussen oud en nieuw

Zandweg: Anno 1954

Golfclub 3

Rechts op de voorgrond staat nu het clubhuis

De beginperiode

Voordat in 1956 begonnen werd met de aanleg van de 9 holes, die de Golf- en Countryclub Wittem zouden vormen, was reeds een aantal lieden actief geweest in de golfsport. Nico Henket en Van Aken, later hoofddirecteur van de Staatsmijnen, speelden toen in Aken. Rond 1950 rijpten de plannen om een golfbaan in Zuid-Limburg te stichten. Het idee kwam in een stroomversnelling toen Van Aken een mooie golfbaan had gezien in Lenserheide. Ir. Sjef van Waes vertelde (aan de redactie van Hit’m in 1992) dat er binnen de mijndirecties al langer het idee had post gevat, dat er een soort trefcentrum moest komen, waar managers ook buiten hun werk af en toe in een rustige omgeving van gedachten konden wisselen en gezellig konden samenzijn. In eerste instantie voelde men het meest voor een soort sociëteit waar ook de dames aan zouden kunnen deelnemen. Pas in een later stadium kwam het idee van een golfbaan naar voren. De nieuwjaarsreceptie voor de directie van de Staatsmijnen in 1954 is van essentieel belang geweest voor de stichting van Wittem als golfclub. Toen zei hoofddirecteur Van Aken tegen Nico Henket: “Zorg jij nu maar eens dat wij hier in Zuid-Limburg een golfbaan krijgen; jij hebt er verstand van”. Het werd door de directie van de Staatsmijnen van groot belang geacht dat niet alleen de gezamenlijke mijndirecties mee deden, maar dat het een initiatief van geheel industrieel Zuid-Limburg zou zijn. Dankzij gesprekken die Van Waes had met de heer Lhöest, werd ook de Maastrichtse industrie enthousiast gemaakt. Lhöest heeft in dit stadium een belangrijke rol gespeeld. Met de grote invloed die hij in Maastricht had, wist hij iedereen voor het plan te winnen en hij bepaalde hoeveel iedereen ‘mocht’ bijdragen. Bij het zoeken naar een geschikte locatie werd gedacht aan het Vijlerbos, aan een gebied op de Brunssemerheide en aan een locatie in de omgeving van kasteel Mheer. Uiteindelijk kwam met medewerking van de heer Diemond, houtvester van Staatsbosbeheer, het Kruisbos en het Schweibergerbos als mogelijkheid naar voren, beide eigendom van de gemeente Wittem. De gemeentelijke overheden hadden dit oude natuurgebied bestemd voor de productie en verkoop van hout.

Onderhandelingen met de overheid

Er moest dus met de gemeente Wittem worden gepraat. Burgemeester Merckelbach wilde Henket aanvankelijk niet ontvangen. Hij dacht dat de Staatsmijnen een nieuwe zinkmijn wilde aanleggen in dit gebied en hij wilde per se geen industriële activiteiten in zijn gemeente. Dankzij de eloquente tussenkomst van Van Waes bleek het toch mogelijk een ontmoeting te arrangeren en de burgemeester te overtuigen van het tegendeel, namelijk dat echt alleen een golfclub de bedoeling was. De ‘provincie’ was ook tegen. Gezaghebbende man hier was gedeputeerde Maenen. Hij wilde evenals de planologische dienst en de contactcommissie voor Rijks Natuur- en Landschapsbescherming koste wat kost voorkomen dat het eikenbos op het plateau zou worden gekapt. Deze houding veranderde pas toen Maenen zich door Henket liet overhalen per automobiel het betreffende terrein in ogenschouw te gaan nemen. Nico Henket vertelde later dat zijn verbazing mogelijk nog groter was dan die van Maenen, toen bleek dat het geboomte voor een groot deel was gekapt door de gemeente met de bedoeling om het hout te verkopen. Maenen was razend en zegde zijn medewerking toe. Toen ook de tegenwerking van planologen en landschapsbeschermers grotendeels was verdwenen, werd het mogelijk een contract op te stellen met de gemeente Wittem. Wittem wilde niet verkopen, wel verhuren. Het werd een contract voor 54 hectaren, waarvan 25 ha grasland (lees: fairways) zouden mogen worden. Op 26 oktober 1957 ging de gemeente ook akkoord met de verkoop van ongeveer 5000 m2 voor de bouw van het clubhuis. Nu kon daadwerkelijk worden begonnen. De gezamenlijke steenkolenmijnen hadden zich bereid verklaard de helft van het nodige bedrag te fourneren. Door goede samenwerking tussen drs. A. Rottier, directeur financiële zaken van de Staatsmijnen, en Ir. L. Lhöest van de KNP (Koninklijke  Nederlandse Papierfabrieken) was in korte tijd het benodigde bedrag, geschat op ongeveer 400.000 gulden, bijeen. Op 18 oktober 1954 werd de oprichtingsvergadering van de Zuid-Limburgse Golfterreinen NV gehouden. De statuten werden op 13 oktober 1956 bij notaris Gorissen in Wittem verleden. Nadat op 21 augustus 1956 tijdens een vergadering bij de KNP de Golf- en Countryclub Wittem was opgericht, werden de terreinen in pacht genomen. Aanvankelijk fungeerde Ir. L. Lhöest als voorzitter, totdat op 16 april 1956 het eerste bestuur werd samengesteld met als voorzitter Mr. K. van Hinloopen Labberton en als secretaris Ir. N.H. Henket. Hawtree van het bekende architectenbureau Penning Hawtree & Partners in Londen, werd aangezocht. Hij was tevens voorzitter van de Brittish Golf Greenkeper Association en had grote ervaring op het gebied van golfbanen. Aannemer was de Nederlandse Heidemaatschappij. Nog in 1956 werd gestart met de grondwerkzaamheden en reeds in 1958 kon het bestuur de leden toestaan voorzichtig rond te spelen, zo lezen we in het maandblad Golf. Oude leden weten zich nog te herinneren hoe leerlingen van de mijnschool met bussen werden aangevoerd om stenen te rapen op de fairways. Stenen die, ook na de aanleg van de baan, nog overal uit de grond naar boven kwamen. Op 9 juli 1959 vond de officiële opening plaats.

Het baanonderhoud

Vóór de schoonmaak-actie van de leerlingen van de mijnschool was de baan bezaaid met stenen. En ook resten van boomwortels waren nog lang in de rough aanwezig. Op aanraden van Hawtree werd contact gezocht met de heer Clayton van het ‘Sports Turf Research Institute’ te Bingley. Hij heeft veel goede adviezen gegeven omtrent grondonderzoek, grassoorten, bemesting, ziektebestrijding en dergelijke. Als greenkeeper werd de heer Houben aangesteld, wiens zuster het clubhuis zou runnen. Deze Houben verdween echter snel met de noorderzon en werd opgevolgd door Vic Jeurissen, die samen met zijn echtgenote naar Wittem kwam en tevens het clubhuis beheerde. Jeurissen is jaren greenkeeper geweest tot het midden van de jaren 70. Inmiddels was Leo Blom in steeds grotere mate bepalend geworden voor het baanonderhoud. Blom had zich ontwikkeld tot een deskundige greenkeeper. Hij was iemand die niet alleen de baan goed kende en met veel liefde voor de baan zijn werk deed, maar ook veel dingen eromheen wist en er mooie verhalen over kon vertellen.

De professionals

De eerste golf professional was André van Pinxten, door iedereen ‘Pinkie’ genoemd. Hij had zijn opleiding gehad bij Piet Witte en kwam met de opening naar Wittem. Generaties Wittemers hebben golf geleerd van Pinkie. Hij was niet alleen een uitstekend golfer met een prachtige swing, hij wist ook iedereen, recht of krom, stijf of lenig, met en zonder aanleg, te leren een bal weg te slaan. Daarnaast leende Pinkie een willig oor en trad frequent als en soort biechtvader op. Toen hij als playing pro en naderhand als golfpro bij de Riverside en de Hilversumse werkte, is hij vervangen door Bertus van Mook. Vanaf 1975 tot eind tachtiger jaren van de vorige eeuw was Pinkie terug op Wittem (met Wim van Mook als tweede pro, informatie van Lily Hellegers). Daarna werd Andrew Horsman de professional van Wittem.

Het clubhuis

Aanvankelijk was de nu als trolley-loods (en eerder werkplaats) in gebruik zijnde houten behuizing het tijdelijke onderkomen voor karren en golfers. Oergezellig zeggen de oudere leden, die het nog meegemaakt hebben. Al snel werd echter begonnen met de bouw van het definitieve onderkomen. De stichters vonden een goed ontmoetingscentrum minstens zo belangrijk als de golfclub. Voor dit clubhuis zijn veel activiteiten ontplooid door de heren Emiel Jongen en K. Hinloopen Labberton. De architect was Pluymen uit Maastricht en binnenhuis-architect was De Haan uit Middelburg. De inrichting werd geschonken door Brands bierbrouwerijen, die ook na de verbouwing de nieuwe bar installeerde. Veel werk hierbij verzet door de dames, die met weinig geld, maar grote toewijding een smaakvol geheel tot stand wisten te brengen. Uniek is het uitzicht over het typisch geaccidenteerde Limburgse landschap. De exploitatie van het clubhuis is vele jaren in handen geweest van Jos en Vic Jeurissen, die ongeveer 15 jaar lang de scepter in het clubhuis hebben gezwaaid. Hun kleine huis was de zoete inval voor veel jeugdleden die daar naar de eerste televisiebeelden keken. In de korte periode voorafgaande aan de familie Jeurissen in de beginperiode van de golfclub heeft Joep Krekelberg een belangrijke rol gespeeld bij de catering. Joep, die met zijn moeder meekwam, trad aanvankelijk op als caddie, poetste de stokken van de leden en trad na het plotselinge vertrek van de familie Houben tijdelijk op als beheerder van het clubhuis. Hij werd bijgestaan door Frans Sevenstern. Hij maakte ook eigen recepten. Zo serveerde hij eens ‘Escargots à la Wittem’. Voor zijn verdiensten werd hem een gratis lidmaatschap van de club aangeboden. Na Vic en Jos, kwam de tijd van Henk en Corrie, en daarna de ‘haute cuisine’ van Dan en Miep. In die jaren was de keuken van Wittem in het hele land bekend. Vervolgens kwamen Carmen en Mathijs Pagen.

De leden

Tot na de opening telde Wittem weinig leden. Het jaar 1959 werd echter afgesloten met 140 spelende en 25 jeugdleden. Het voorstellen van nieuwe leden was geen sinecure. Er was een uitgebreide ballotage. Oude notulen en geschriften verhalen daar over. Het spelpeil steeg langzaam. Pinkie had jarenlang meer dan een dagtaak aan het bijschaven van de techniek van die nieuwe spelers. Na drie jaar hadden drie leden een handicap lager dan 20. Een les kostte toen Fl. 5,-. De jeugd kwam onder de hoede van Arda Brueren en Etienne Schreinemacher en werd stevig gecoached. Ons lid Dr. J.W.R. Brueren vertaalde in die jaren ‘The rules of golf as approved by the Royal and Ancient Golf Club of St. Andrew Scotland’ in het Nederlands en kreeg voor zijn genuanceerde weergave in heel Nederland erkenning. Geleidelijk aan kwam de club zo tot wasdom. Er werden diverse wedstrijdbekers ingesteld, waarvan vele nog bestaan. De oudere leden stelden een eigen speelmiddag in. De ’55 plussers’ zijn nu niet meer weg te denken uit ons clubleven. Bij de oprichting van deze groep is het voortouw genomen door Eugène van Berckel, die later tot erelid werd benoemd. Een speciale relatie heeft jarenlang bestaan met de AFCENT. De daarvan afkomstige leden hebben een belangrijke rol gespeeld binnen de club. Het waren doorgaans goede spelers. In feite hadden de ‘Afcenters’ een soort groepslidmaatschap voor een beperkt aantal spelers. Oudere leden praten nog over de éénarmige Sir Walker, die, ondanks zijn in de oorlog opgelopen verlies van een arm, handicap 16 speelde. Lady Walker werd nog eens clubkampioene. De Walkercup herinnert ons nog steeds aan ‘de Walkers’. Toen de Brunsummerheide openging, gingen ook de AFCENT-mensen naar die golfbaan vlak naast hun deur en werd een voor Wittem belangrijke periode afgesloten. Zo groeide Wittem door en leefde tot in de zeventiger jaren in besloten kring. In het clubhuis heerste een echte Wittem-sfeer en ieder kwam er graag, ook toen.

De uitbreiding naar 18 holes

De uitbreiding van Wittem naar 18 holes valt uiteen in meerdere fasen. De eerste begon medio jaren ’70. Door het groeiend aantal leden werd de baan drukker, zodat het invoegen bij de eerste en de tiende hole steeds meer wachttijden veroorzaakte. Bovendien wilden vooral jongere leden graag op 18 holes spelen ook vanwege de competitie, terwijl de mogelijkheid om lid te worden steeds beperkter werd. Kortom de roep om 18 holes werd al maar groter. Het toenmalige bestuur onder voorzitterschap van Adri Hellemans ging na verloop van tijd over tot het instellen van de ‘Commissie Uitbreiding’, bestaande uit Adri Hellemans, Manu Schreinemacher en Loeki Verscheure. Deze commissie zocht contact met het bureau Penning en Hawtree die vroeger de eerste 9 holes had aangelegd. Penning kwam kijken en schetste een plan dat voorzag in 9 holes gelegen aan de andere kant van de aanrij-route, voor een belangrijk deel op nogal hellend terrein gelegen. Het lag excentrisch ten opzichte van het clubhuis met dientengevolge grote loopafstanden. De benodigde gronden bleken onmogelijk te verwerven, doordat de grondeigenaren niet bereid waren te verkopen. De commissie zag uiteindelijk geen oplossing en staakte zijn activiteiten. Wittem zou waarschijnlijk altijd wel een 9 holes baan blijven. In dit stadium kwam Pierre Verhagen in het bestuur. Zijn grote bestuurlijke en politieke ervaring en zijn bekendheid met de ambtenarij hebben bij de keuze van Pierre Verhagen tot bestuurslid, en later tot voorzitter, een belangrijke rol gespeeld. Tegelijk met hem kwam Thaddee Schreinemacher in het bestuur. Ook Thaddee had veel ervaring met ambtelijke werkwijzen en bracht daarnaast zijn zakelijke en bestuurlijke kwaliteiten in. Deze twee bestuursleden stelden zich tot taak Wittem toch de uitbreiding te geven die velen wensten. Het eerste resultaat was dat Staatsbosbeheer bereid gevonden werd om het bestaande huurcontract van het terrein bij de vervaldatum om te zetten in een erfpacht-overeenkomst. Daarna, in 1984 verklaarde de gemeente Wittem zich in principe bereid mee te werken aan uitbreiding. Toen kon een plan worden opgesteld. Dit hield in dat het grootste deel van de uitbreiding (5 holes) op het gebied van Wittem zou komen te liggen en wel in het Schweiberger bos. De golfclub mocht al in zijn oorspronkelijke huurcontract een groot deel (25 ha) als golfbaan gebruiken (het bos was geen natuurbos meer, maar bestond bijna geheel uit naaldhout dat ongeveer kaprijp was). Vier holes zouden op Gulpens grondgebied liggen. De aanleg van de baan zou geschieden naar een ontwerp van Baron Paul Rolin en Wiel Snelder. De Gemeente Wittem wilde nog liever de hele uitbreiding op eigen grondgebied hebben. Een probleem was dat er twee rivaliserende instanties bestonden, namelijk de dienst natuurbeheer en inrichting en de dienst landbouwbeheer. Beide diensten vonden dat de ander het meeste terrein moest leveren. Uiteindelijk werd een compromis gevonden: 5 holes zouden in natuurgebied komen en 4 op landbouwgrond. Het plan Rolin-Snelder kwam in 1986 in grote lijnen gereed en werd in april 1987 ingediend. Ongeveer 6 weken voor de definitieve behandeling in de gemeenteraad van Wittem echter, kwam een groep verontruste bewoners uit Wittem in actie. Gevolg hiervan was dat Wittem de uitbreiding afwees en de gemeente Gulpen op een iets later tijdstip de beslissing aanhield.

Zicht op het heuvelland

Er werd toen gezocht naar een mogelijkheid om de gehele uitbreiding op Gulpens grondgebied te realiseren. Gulpen was namelijk in principe wel bereid tegemoet te komen aan de wens tot uitbreiding onder voorwaarde dat er geen bomen gekapt zouden worden, dat er geen wegen zouden worden veranderd en dat er geen uitbreiding op de hellingen zou plaats vinden. Bovendien wilde Gulpen de benodigde terreinen niet onteigenen. Die moesten dus worden gekocht of door ruil worden verkregen in het kader van de geplande ruilverkaveling. Tevens moest de golfclub zich verbinden een gedetailleerd inrichtingsplan te overleggen. Ongeveer in deze tijd vond de samenvoeging van de diensten Landbouwbeheer en Natuurbeheer plaats waardoor aan een langdurig touwtrekken een einde kwam. Het volledig op landbouwgebied vestigen van de nieuwe holes ging nu tot de mogelijkheden behoren en zou niet meer leiden tot langdurig geharrewar. Henk Schoon, lid van onze club had inmiddels al een aantal jaren goede contacten opgebouwd met grondbezitters in de buurt. Hij kon uiteindelijk 10 hectaren grond buiten de geplande holes bemachtigen en zo kon de club op basis van grondruil en gedeeltelijk koop zonder onteigening de benodigde terreinen in bezit krijgen. Nadat een gedetailleerd plan was gemaakt door Wiel Snelder en Baron Paul Rolin, in samenwerking met de ‘Commissie 18 holes’ (die voor wat betreft de baaninrichting naast Thaddee bestond uit Koos Crul, Bert Schmid en Ben Zom), kon in 1990 met de aanleg worden begonnen. De aanleg werd uitgevoerd door de firma SBA. In 1991 was het mogelijk de nieuwe holes te bespelen. De hele uitbreiding met uitzondering van één par 3 ligt dus op Gulpens grondgebied in een glooiend terrein met prachtige panorama’s en vergezichten. Toen is, omdat een groot deel van de baan niet meer in de gemeente Wittem lag, de naam veranderd in ‘De Zuid-Limburgse Golf- en Countryclub’. De gemeenten Gulpen en Wittem zijn per 1 januari 1999 samengevoegd. Omdat zowel de (oudere) leden van de club, als golfspelers uit den lande die de club nog uit het verleden kenden, nog steeds spraken over Golfclub Wittem, is in 2010 Wittem weer toegevoegd aan de naam.